Week 39 van je zwangerschap

De laatste loodjes

Je bent klaar voor de komst van je kindje. Vermoedelijk zal degene die je graag bij je bevalling wilt hebben niet meer zo ver van huis gaan en altijd bereikbaar zijn. Lang leve de mobiele telefoons! Je kindje is in de zwangerschapsweek 39 gemiddeld 49 cm lang en 3300 gram zwaar. Bij de geboorte kunnen er grote verschillen zijn in het gewicht van een baby. Maar alles tussen de 2500 en 4200 gram wordt als een gezond gewicht beschouwd. Er worden ook kindjes van wel 4500 gram geboren. Waarschijnlijk heeft jouw verloskundige of gynaecoloog al een schatting van het geboortegewicht gegeven. Houd in je achterhoofd dat de bevalling van een kindje van bijvoorbeeld de bovengenoemde 4500 gram best minder zwaar kan zijn dan een bevalling van een kindje van 3200 gram. Gewicht zegt niets over de bevalling.

En jij, jij bent zelf ook helemaal klaar voor de komst van je kindje. Je bent snel moe, vergeetachtig en misschien snel geïrriteerd. Neem de tijd voor jezelf, rust zo veel mogelijk uit. De bevalling zal een hoop energie gaan kosten en de tijd daarna ook. De geïrriteerdheid kan ook voortkomen uit zenuwen. Je weet niet wat je te wachten staat, en dat kun je niet altijd naast je neerleggen.

Iedereen kan bevallen

Uiteindelijk moet het kind er toch uit. Het kan in deze 40e zwangerschapsweek zijn, het kan pas na de 42e zwangerschapsweek zijn. Probeer zo rustig mogelijk te blijven bij de gedachte aan de bevalling. Hoe minder stress jij hebt, hoe makkelijker de bevalling zal zijn. Je kunt de weeën dan beter opvangen en je meer concentreren op het wegpuffen van de pijn. De bevalling kan op verschillende manieren beginnen. Met weeën, veel harde buiken, het verliezen van de slijmprop of het breken van de vliezen. Spontaan breken van de vliezen kan voorkomen, maar het gebeurt niet vaak. Voor de zekerheid kun je bijvoorbeeld een vuilniszak op de stoel van je auto leggen, zodat deze het vruchtwater opvangt, mocht het gebeuren. Wanneer je vliezen breken, zal de baby snel geboren worden. Misschien met een beetje hulp van buitenaf. Na het breken van de vliezen is de baby gevoeliger voor infecties van buitenaf. Probeer een beetje vruchtwater op te vangen voor de verloskundige of gynaecoloog. Deze kan aan het vruchtwater zien of de baby hierin gepoept heeft. Als dat het geval is, wordt de baby direct gehaald. 

De meeste bevallingen beginnen toch met weeën. Hoe herken je deze? Meestal beginnen ze als lichte krampjes of steekjes. Als deze regelmatiger komen, langer duren en heftiger worden, is de kans groot dat de bevalling gaat beginnen. Dit zijn de ontsluitingsweeën. In de afgelopen zwangerschapsweek is jouw baarmoedermond weker geworden om zich voor te bereiden op de bevalling. De weeën zorgen ervoor dat de baarmoedermond open gaat staan. Bij een ontsluiting van 10 cm kan en mag de baby geboren worden. Op dat moment gaan de ontsluitingsweeën over in persweeën. De verloskundige of gynaecoloog controleert de ontsluiting door met de vingers te voelen. Maar er kan een tijd overheen gaan, voordat je zover bent. Als je 6 tot 7 cm ontsluiting hebt, is er nog tijd genoeg om naar het ziekenhuis te gaan, mocht je in het ziekenhuis bevallen. 

Schrik niet als de verloskundige aangeeft dat ze nog even naar huis gaat of naar een andere patiënt. De ontsluitingsweeën kunnen nu eenmaal lang nodig hebben voordat het allemaal zo ver is. De verloskundige kan dit meestal goed inschatten. 

Als dit niet je eerste bevalling is en de vorige bevalling is heel snel verlopen, dan zal de verloskundige hier rekening mee houden. Je wordt eerder naar het ziekenhuis doorverwezen of de verloskundige zal bij jullie blijven en niet meer weg gaan. 

Het kan ook zijn dat je een slijmprop verliest. Dit kan een gekke ervaring zijn, maar het hoeft niet te zeggen dat de bevalling begint. Daar kan zomaar nog een zwangerschapsweek overheen gaan. 

Wispelturig

Misschien verander je deze week van gedachte en wil je toch liever thuis bevallen in plaats van in het ziekenhuis. Rond deze zwangerschapsweek kan het zijn dat je meer vertrouwen krijgt in de bevalling en in je lichaam. Geef dit dan gewoon aan, want jij moet bevallen dus jij bent degene die bepaalt waar je dat gaat doen. Uitgezonderd natuurlijk de zwangeren onder ons die om medische redenen in het ziekenhuis moeten bevallen.

De Baby

Ben je een jongen of een meisje?
Misschien weten je ouders het al, soms kunnen ze het lastig zien en sommige ouders kiezen ervoor om het geslacht nog niet te willen weten. Jongetjes zijn normaal gesproken ietsje zwaarder en groter bij de geboorte dan meisjes. De kleur van je ogen staat ook al vast, maar op dit moment heb je (hoogstwaarschijnlijk) nog ‘babyblauwe ogen’, bijna alle baby’s worden met blauwe ogen geboren. Pas na enkele maanden of in sommige gevallen pas na een jaar wordt de echte definitieve kleur van de ogen zichtbaar.

Je zorgt er nu al voor dat je strakjes naar buiten kan komen. Je botten bevatten nog maar weinig kalk waardoor ze erg flexibel zijn. Hierdoor kunnen ze makkelijk door het geboortekanaal van je moeder gaan. Je schedel bestaat uit verschillende delen die kunnen schuiven, zelfs over elkaar heen. Hierdoor kan je hoofdje, het grootste gedeelte, ook makkelijker door het geboortekanaal. Je hoofdje kan er na de geboorte dan ook wat vreemd uit zien. Dit trekt meestal binnen een paar uur tot een paar dagen weer bij. De fontanel doet er langer over om dicht te groeien, dit duurt gemiddeld 12 tot 18 maanden.

Voor de omgeving

Vraag jij je misschien af wat jij kunt doen tijdens de bevalling? 

Voor de partner: De meeste partners geven aan “er maar een beetje bij te hebben gestaan”. De meeste vrouwen geven daarentegen aan van hun partner “veel steun te hebben ervaren”.

Tijdens de bevalling zal mama vaak in zichzelf keren. Ook dit is weer heel persoonlijk. Als partner of naaste is het dan belangrijk op de details te letten. Je zal willen weten hoe het met haar gaat, maar het kan zijn dat je totaal geen feedback krijgt. Probeer dan niet door te vragen. Mama is eventjes bezig… Het is voor haar heel hard werken, zo’n bevalling. Probeer aan haar zijde te staan. Houd haar hand vast als ze daar om vraagt. Houd een koel, nat washandje bij de hand voor als ze het te warm heeft. Als het te licht is, doe je de gordijnen dicht en af en toe haal je en glaasje water voor haar. Veel meer kan je niet doen, maar ze zal het echt op prijs stellen. Blijf bij haar in de buurt en zorg dat je er voor haar bent. Ga niet op je telefoon bezig of een tijdschrift zitten lezen maar blijf alert zodat je haar kunt helpen als ze daar (subtiel) om vraagt.