Fles- of Borstvoeding

Borstvoeding is de meest complete voeding die er voor je baby is.
Niemand kan het namaken. Borstvoeding heeft als voordelen dat je het altijd bij de hand hebt en dat het altijd op de juiste temperatuur is, zonder dat je een fles hoeft klaar te maken. Ga echter niet piekeren als je tóch de fles wilt/moet geven.

Moeders kiezen om verscheidene redenen voor kunstvoeding. Je kan het bijvoorbeeld nog zo graag willen, maar soms lukt het gewoon niet om borstvoeding te geven. Jouw melkgangen kunnen verstopt zijn, je tepels doen zeer of het tijdstip is niet gunstig. Ook kan het zijn dat je kindje blijft huilen, omdat het niet genoeg melk krijgt. Bij het geven van borstvoeding is dit lastig te meten. Zeker dan is het voor je baby fijner om de fles te krijgen. Je kunt ervoor kiezen om te gaan kolven, maar als jouw lichaam simpelweg niet genoeg melk aanmaakt, is kunstvoeding dé oplossing.
Wees getroost, het geven van kunstvoeding heeft ook voordelen.

Volledige zuigelingenvoeding op basis van melk is als flesvoeding een goed alternatief voor moedermelk. Dit is een licht verteerbare zuigelingenvoeding waarvan de samenstelling het meest lijkt op borstvoeding. Kunstvoeding verkrijgbaar in Nederland is gecontroleerd en voldoet aan onze strenge Europese wetgeving. Daarnaast is het voordeel van flesvoeding dat zowel mama als papa de baby kan voeden.

Hoe kun je je borstvoeding stimuleren?

Heb vertrouwen in jezelf! Dat is het belangrijkste. Geef het soms ook even de tijd. Niet alleen jij moet leren hoe je je baby zelf voedt, ook voor jou baby is het drinken – zeker aan het begin – een ervaring op zich. gelukkig kun je daarnaast je borstvoeding ook opwekken door:

  • goed voor jezelf te zorgen en voldoende rust te nemen
  • gezond te eten
  • minimaal twee liter water per dag te drinken
  • je kindje regelmatig aan te leggen

Bedenk wel dat beginnen met flesvoeding het einde kan betekenen van het geven van borstvoeding. Jouw lichaam past zich over het algemeen automatisch aan, aan het drinkgedrag van jouw kind. Neemt de behoefte aan moedermelk af, dan zal jouw lichaam ook minder gaan aanmaken. Als je jouw baby een keer niet kan voeden, leeg dan zelf jouw borsten. Dit is om de melkproductie niet in te laten zakken. De melk zelf met de hand of met een pompje uit de borst nemen, heet afkolven. Klik hier voor huren van een professionele borstkolf.

Wil je tijdens de kraamtijd stoppen met borstvoeding, overleg dit dan met de kraamverzorgster, lactatiekundige of verloskundige. Het blijft natuurlijk altijd jouw beslissing, maar zij kunnen je helpen om de overgang soepel te laten verlopen, zodat je geen borstontsteking krijgt. Wil je na de kraamtijd overstappen op de fles, dan kan je het beste overleggen met het consultatiebureau.

Aanbevolen hoeveelheden

Hoeveel drinken heeft mijn baby nodig?

Je baby bepaalt zelf hoe vaak en hoeveel het wil drinken. Het maakt daarbij niet uit of je borstvoeding geeft of de fles: de principes zijn hetzelfde. Als je kindje goed groeit, ongeveer 6 natte luiers per dag heeft en levendig is, weet je dat het genoeg binnenkrijgt.
Ook het Voedingscentrum geeft adviezen over borstvoeding en flesvoeding.

Op welke voedingsmiddelen moet u extra letten?

Rauw vlees Geef kinderen geen producten waar rauw vlees in verwerkt is, zoals bijvoorbeeld Filet Americain, ossenworst, carpaccio, of niet doorbakken tartaar. In deze producten kunnen namelijk ziekmakende bacteriën zitten, hier zijn (jonge) kinderen erg gevoelig voor.

Vis Bereid voor u en uw kind bij voorkeur 2x per week vis, waarvan 1x per week een vettere vissoort zoals zalm, sardines, haring of makreel. Vis bevat belangrijke visvetzuren, welke een beschermende invloed hebben tegen hart- en vaatziekten. Kies voor een visfilet, deze bevat geen graatjes waarin uw kind zich zou kunnen verstikken.

Kies bij voorkeur voor groentesoorten als: sperziebonen, spruiten, tomaten, tuinbonen, peultjes, prei, schorseneren, koolraap, bloemkool, paprika, komkommer, doperwten en worteltjes, omdat deze groenten weinig nitraat bevatten.
Dit geldt overigens ook voor combinaties met schaal- en schelpdieren zoals mosselen en gamba’s.

Leverproducten

Smeerworst of leverworst heeft soms de voorkeur als broodbeleg voor kinderen. Toch is het niet goed om kinderen veel boterhammen met leverworst te geven, doordat er een hoog gehalte vitamine A in leverproducten zit. Van deze vitamine mag een kind niet te veel binnen krijgen. Af een toe een boterham is niet erg, maar mocht het zich dagelijks voordoen dan kan het teveel aan vitamine A zich in het lichaam opstapelen wat voor vervelende klachten kan zorgen.

Enkelen klachten zijn: hoofdpijn, misselijk en duizeligheid. Ook vermoeidheid en problemen met ogen, skelet en huid kunnen zich voordoen (dit soort klachten komen alleen voor als uw kind echt heel vaak lever eet!).

Het advies luidt: kinderen van 1-3 jaar, niet meer dan 2-3 boterhammen met (smeer)leverworst per week.

Vegetarische paté is voor kinderen vanaf 6 maanden een goed alternatief, omdat dit geen vitamine A bevat.

De baby

Een pasgeboren baby wordt tot de leeftijd van dertig dagen of gedurende zijn verblijf op een neonatale afdeling boreling, neonaat of neonatus genoemd.

Vanaf dertig dagen tot één jaar wordt een baby zuigeling” genoemd.

In tegenstelling tot jongen van de meeste andere gewervelde dieren, is een mensenbaby tot vrijwel niets in staat. Bij apen bijvoorbeeld, kan het jong zich direct na de geboorte aan de moeder vasthouden. Mensenbaby’s hebben weliswaar een grijpreflex, maar die is niet meer functioneel in de menselijke voet en ook de vacht van moeder ontbreekt. Wel is de reflex sterk genoeg om een mensenkind aan twee handjes op te tillen. Er moet wel worden opgepast voor het hoofd. Een baby kan zijn/haar relatief grote hoofd de eerste twee maanden niet zelf rechtop houden. Ook bij buideldieren zijn de pasgeboren jongen volledig hulpeloos, maar daar groeien ze zonder verdere verzorging door in de buidel van de moeder. Het relatieve onvermogen van een mensenbaby valt te wijten aan het feit dat de hersenen nog onvoldoende ontwikkeld zijn.

Bij de geboorte heeft een mens ongeveer 350 gram aan hersenen. Dit is zo’n 30% van het volwassen gewicht. Ter vergelijking: een pasgeboren chimpansee heeft vanaf de geboorte 65% van het volwassen gewicht. In het eerste levensjaar maken de hersenen een relatief grote ontwikkeling door. Dankzij het feit dat de mens bij zijn geboorte relatief weinig ontwikkelde hersenen meekrijgt, krijgt het kind de kans zich flexibel te ontwikkelen. In het eerste levensjaar kunnen verschillende belangrijke functies – zoals lichamelijke, psychologische, sociale, morele enzovoort – tot ontwikkeling komen. Volgens zoöloog Adolf Portmann is na negen maanden sprake van een fysiologische geboorte; de psychologische geboorte gebeurt ongeveer een jaar daarna. De pasgeborene verblijft intussen in de psychosociale moederschoot. Aan het einde van de ‘tweede dracht‘ vindt volgens hem de psychologische geboorte of eigenlijke menswording plaats.

Bron: Wikipedia

Babyvoeding

Vanaf 4 maanden kan er worden gestart met bijvoeden. Meestal wordt er begonnen met fruit- en groentepapjes. Kinderen zijn van jongs af aan geneigd om dingen naar hun eigen mond te brengen, hierdoor is introduceren van voeding middels de Rapley-methode een veel gekozen manier. Bij de Rapley-methode leren kinderen zelf eten, ouders geven de voedselstukjes wel aan, maar het kind voelt zelf en brengt het zelf naar de mond. Denk hierbij aan grote stukken fruit en (gekookte) groente. Zo leren de kinderen ook op hun eigen tempo te eten. Vaak worden eerst zachte groente- en fruitsoorten geïntroduceerd, denk aan bijvoorbeeld aan banaan, perzik, appel, pruim, avocado, mango, meloen, peer, snijboon, komkommer, wortel, broccoli, aardappel, rode biet. De kans dat uw kindje zich verslikt is zeer klein, dit omdat hij/zij leert omgaan met voedsel in de mond en te grote brokken niet doorslikt maar uitspuwt.

Geef uw kind jonger dan 1 jaar geen honing, dit heeft te maken met de bacterie clostridium botulinum, die botulisme kan veroorzaken. Klachten die botulisme veroorzaakt zijn: verlamming van ademhalingsspier, buikkrampen, misselijkheid, braken en diarree, voedselweigering en huilen met een zwak, hoog geluid.

Peutervoeding

Peuters zijn kinderen van 1-3 jaar oud

De overgang naar volledig normale voeding kan soms iets zijn wat moeilijk verloopt. Wat heeft uw kind nodig en waar moet u op extra letten?

Suppletie

Het is verstandig om elke dag 10 microgram vitamine D te geven uw kind, dat is goed voor sterke botten en tandjes. De vitamine D kunt u in de vorm van tabletjes of druppels bij de drogist kopen.

Slechte eter

Ieder kind heeft wel eens een periode dat het minder goed eet, dat is niet zo erg. Maar als uw kind gedurende een langere periode niet alle voedingsmiddelen binnen krijgt die voor deze leeftijdsgroep aanbevolen is, dan kan er ondervoeding ontstaan. Denk hierbij aan een periode van maanden. De weerstand zou kunnen verslechteren, uw kind is vaker moe en wordt sneller ziek of verkouden. In dit soort gevallen is het verstandig om contact op te nemen met huisarts of diëtist.

Het slechte eten van uw kind kan enkele redenen hebben, zo ontwikkelt ieder kind zijn/haar eigen willetje. Dit zorgt er voor dat ze soms erg opstandig kunnen zijn. Het kan ook zijn dat de smaak van uw kind verandert. Zo kan het zijn dat hij/zij eerst graag sperziebonen lustte en deze een tijd later niet meer lekker vindt. Maar ook andere factoren kunnen meespelen, zoals: uw kind heeft geen trek, hij/zij is te moe om te eten, hij/zij is boos, moe, opstandig of verdrietig of uw kind wil liever spelen dan eten.

Tijdens het eten

  • Zorg voor een gezellige en ontspannen sfeer aan tafel.
  • Creëer een rustige omgeving, dus zet de televisie uit.
  • Eet gezamenlijk aan tafel.
  • Geef complimenten wanneer alles goed verloopt, anders negeren.
  • Eet gevarieerd.
  • Zorg ervoor dat het eten er leuk uit ziet op het bord, maak bijvoorbeeld eens een gezichtje in de aardappelpuree.

Welke dingen kunt u doen als uw kind minder goed eet?

  • Betrek uw kind bij het boodschappen doen, vertel over voeding, zoals waar het vandaan komt, dit maak het boodschappen doen avontuurlijker!
  • Laat uw kind af een toe eens zelf kiezen, of geef het de keuze uit twee soorten groente!
  • Laat uw kind helpen met het bereiden van de maaltijd, of laat het meekijken terwijl u de maaltijd bereid.
  • Geef zelf het goede voorbeeld, zien eten doet eten! Alles wat op jouw bordje ligt is interessanter dan wat op het eigen bordje ligt. Geen probleem als het kind met jou mee-eet.
  • Zorg ervoor dat u kind geen grote hoeveelheden meer eet tot 2 uur voor de maaltijd, kinderen hebben dan geen trek meer.
  • Kies vaste tijdstippen voor de maaltijden. Regelmaat en afgebakende eetmomenten voorkomen de hele dag door eten.
  • Zorg dat uw kind niet moe is voor het avondeten. Slaapt uw kind overdag niet meer maar is de dag eigenlijk toch nét te lang om op te blijven tot etenstijd? Dan kunt u ervoor kiezen uw kind ‘s middags warm te laten eten en ‘s avonds eventueel nog een broodje te geven.

Na het eten

  • Indien uw kind niets gegeten heeft, geef hem/haar dan ook ‘s avonds niets meer te eten.
  • Heeft uw kind goed gegeten tijdens de warme maaltijd? Beloon hem/haar dan niet met snoep, maar bijvoorbeeld door het doen van een spelletje, of kijk samen gezellig een film. Of lees voor het slapen gaan een stukje voor uit het favoriete boek.

Daarnaast is het belangrijk om te onthouden dat kinderen soms even moeten wennen aan nieuwe smaakjes, dit kan zo’n 12x duren en dan zijn ze aan het smaakje gewend. Dus blijf vooral oefenen met nieuwe producten en weet wel dat dit ook even de tijd nodig heeft.